HeldEnMerk

Guillaume

De vraag van Lander Janssens

05.01.2009 http://www.vimeo.com/2721545

Lander Janssens is Online Art Director at Proximity BBDO

“Ik had graag geweten welk merk jouw grote held is, en waarom.
Hoop dat de toevoeging “en waarom” de vraag ‘moeilijk genoeg’ maakt =)”

Guillaume:

Beste Lander.

Op dit ogenblik is het helemaal Brompton. Het hoe en waarom staat uitgebreid in het boek beschreven. (Met die tekortkoming dat ik het heldenverhaal er voorlopig nog zelf moet bij verzinnen.)

Maar het heldenmerk bij uitstek van mijn generatie, Lander, is Apple.

Dat begint al met het verhaal van Steve Jobs die aan de Beatles vraagt of hij de naam van hun platenfirma mag hebben, want zijzelf stoppen ermee. Je moet het maar doen. Als kleine jongen die in zijn garage aan een eigen(zinnig) operation system werkt even naar John en Paul bellen.

Vervolgens was er mijn aversie voor alles was met computers te maken had. Ik ben opgevoed met A Space Odyssey 2001 en 1984. Wij liepen op blote voeten door de wei, dronken Duvel en luisterden naar songs als Almost cut my hair en Helpless. Wij voelden ons toen bedreigd door Big Brother, en dat had nog niets te maken met Walter Grootaers. In 1987 hadden wij bij Young@Rubicam één computer, en daar speelde de boekhouder solitair op.

Toen kwam Apple in mijn leven. In de vorm van een soort grijze koekendoos, net de grootte van een uitklaptafeltje op het vliegtuig. De weg was jaren voordien geopend door de legendarische Grand Prix van Cannes in uitgerekend 1984. En door Mano Ballaux, mijn toenmalige assistente. Ze zei dat ik niet bang moest zijn. Toen ik begin jaren 90 Europa rondvloog om de eerste lijnen uit te zetten voor wat later “Centralized European Branding” zou worden, werd het ding enorm handig. Ik ontdekte dat ik tijdens de vlucht één fax kon typen die thuis in één ruk werd verzonden naar 35 landen. Gewoon door in de stekker van de telefoon de steken. De rest ging vanzelf. Er was toen ook zoiets als cc-mail, maar dat leek nog nergens op.

In 1994 had ik er even genoeg van en kapte er mee. Ik ontmoette via André Duval een big shot van bij Apple, Philippe Blondeau en die installeerde bij me thuis een Mac. De Ferrari van de computers, zei hij. Ik kon er drie minuten home video mee monteren en dan was het geheugen vol. Ik kon er ook naaktfoto’s van Demi Moore mee downloaden. Tussen de wenkbrauwen en de neus van Demi door kon je een boterhammetje eten. Maar belangrijker nog, Philippe leerde me werken met Appleworks en zo ben ik beginnen tekenen met een muis. Daaruit is mijn eerste boek ontstaan. The Simple Truth about Advertising.

Dan volgde nog een Grand Prix. Het meest slijmerige mouwveegfilmpje dat je ooit in je leven hebt gezien, maar zo goed gemaakt dat ik eer nog steeds met plezier in trap. Het zet mij, reclameschrijvertje, in één klap op één lijn met Einstein, Ghandi en Hitchcock.

(De iPhone, Lander, daar ben ik even niet mee, want zoals je al eerder hebt begrepen, ik ben niet van de snelsten)

Een echt heldenmerk slaagt erin dat jij je een held gaat voelen door aan de juiste kant te staan. Daar komt het ongeveer op neer. Maar is dat nu echt zo belangrijk voor een bedrijf? Wel.  Alle ondernemingen gaan wel eens door een dipje (Apple halfweg jaren 90), en als je kracht uit het geloof van je volgelingen (klanten) kan halen dan overleef je het om daarna dubbel zo sterk terug te komen.

En wat is jouw Heldenmerk, Lander?

07:54 am
05.01.2009 om 02:58 pm

Grapplica

Als jonge snuiter had ik geluk, mijn vader bracht al begin jaren 90 een laptop en een gsm mee naar huis. Hij werkte toen als sales manager voor een farmabedrijf (Glaxo, later GlaxoWelcomme, nu GlaxoSmithKline). Die hadden gouden jaren toen. Voor mijn 10e verjaardag (1994) kreeg ik mijn eigen ‘floppy driven’ pc’tje, afgeschreven voor de pro’s maar perfect voor zo’n snotneus als mij. DOS lag me niet zo, maar eenmaal windows 3.1 draaide was ik vertrokken. Ik was echter half zo onder de indruk van mijn eigen grijze bakkie dan van die draagbare van mijn vader, vooral omdat hij ermee kon “praten” met mensen aan de andere kant van de wereld. Dingen versturen en zo, werken, centen verdienen… Ik begreep het eerst allemaal niet zo goed. Hoe kon mijn papa zich nu een mooie wagen veroorloven door via de computer met wat mensen aan de andere kant van de wereld te praten, ik heb ze nog nooit iets horen zeggen. Maar al snel kwam ik tot inzien, zeker toen ik een jaar later zelf op het net kon. Inbelverbinding, waaaow, ik voelde me soms als een kleine astronaut die zijn ruimteschip lanceerde naar het universum. Al begreep ik in het begin niet goed wat je nou eigenlijk was met dat internet. Hoe kon je er nou iets vinden of doen als je geen adressen weet, and in comes Google. Ik herinner me nog Altavista, Yahoo! en Lycos, en oh de KUL had ook een directory om te zoeken dacht ik. Nou ja als kleine knul interesseerden geleerde teksten mij natuurlijk geen zier. Geheime tips van GameBoy games terugvinden daar was het handig voor. En later om te gamen tegen mensen “aan de andere kant van de wereld”. Ik weet nog dat ik er dagenlang onophoudelijk over zat te ratelen tegen iedereen die ik tegenkwam: “ik speelde een spel op de computer tegen een Canadees, een duitser en een Australiër, echt waar!”

Eind jaren negentig shifte iedereen, haast onbewust, naar Google als searchbot. Pas later, toen ik de vooropleiding architecturale vorming studeerde begreep ik waarom. “Het beste is niet altijd eenvoudig maar het eenvoudigste is wel altijd het beste”, voor John Maeda werd dat simpelweg: SIMPLICITY.

Twee lowlife studentjes (Larry Page en Sergey Brin) die in hun studentenflat, met eenvoudig idee zeg maar het meest complexe netwerk die de mensheid ooit bouwde herleiden tot een makkelijk te gebruiken medium. Een bedrijfje opzetten en het in een mum van tijd (10 jaar) tot een onderneming met meer dan 10.000 medewerkers over de hele wereld doen uitgroeien, dat is voor mij echt ‘mindblowing’. Dat is Google. Om nog te zwijgen van de slagkracht aan informatie die het bedrijf in die tien jaar opbouwde.

“If Google doesn’t know or finds it, it simply doesn’t exist”

Apple is niet mijn grote heldenmerk, het is mijn leven. Maar toch vind ik Google veel grootser als merk dan Apple, Apple is intussen afhankelijk van Google, as are so many others in so many ways. Google is the overlord of all brands, als je voorgaande stelling neemt dan houdt jou merk op te bestaan als het uit de Google-analen gewist zou kunnen worden.

De merknaam is intussen een begrip voor een handeling, is een onderdeel van onze taal geworden, een monopolie, een alleenheerser die moeilijk te bedrijgen valt op dit moment en er hard aan werkt dat zo te houden. Maar ook een merk die de juiste dingen doet met de informatie die ze verzameld hebben, en visionair steeds weer op de juiste plaatsen opduikt. Denk maar aan de acquisitie van YouTube.

Google doet mij een held voelen omdat het mij helpt mijn problemen op te lossen, mijn job goed te doen, alles te weten te komen over de dingen die mij enthousiast maken…

05.01.2009 om 03:29 pm

Grapplica

Voor alle duidelijkheid dus nog de titel van vorige comment:

Mijn grote Heldenmerk is Google.

05.01.2009 om 10:05 pm

Guillaume

Mooi gezegd, Lander. En er is niks dat een Belg tegenhoudt om iets gelijkaardigs te doen. Behalve zijn opvoeding misschien.

07.01.2009 om 03:21 pm

Pietel

En wat als je niet opgevoed bent? Maak je dan een kans als Belg?

07.01.2009 om 04:11 pm

Niki

Ik vind Google ook straf.
Als een merknaam een werkwoord wordt…

REAGEER NU